WAT?

Complex project kustvisie

Met het complex project kustvisie wil de Vlaamse overheid een lange-termijnaanpak ontwikkelen voor de bescherming van de Vlaamse kust tot 2100.

Het masterplan kustveiligheid uit 2011, dat volop in uitvoering is, verzekert onze veiligheid tegen overstromingen in de kustregio tot 2050. Het masterplan kustveiligheid gaat uit van een gematigd scenario tot 2100 met een zeespiegelstijging met 80 cm bij hoogwater.

Het complex project kustvisie kijkt verder. De centrale doelstelling is de kustbescherming tegen overstromingen na 2050 verder opdrijven. De Vlaamse overheid zal onderzoeken welke bijkomende maatregelen daarvoor genomen moeten worden, boven op de maatregelen die al van kracht zijn en uitgevoerd worden in het kader van het masterplan kustveiligheid. Het complex project kustvisie gaat uit van een extreem scenario met een zeespiegelstijging met 300 cm tot 2100.

De centrale doestelling van het complex project kustvisie is de kust beter beveiligen. Dat zal gebeuren met aandacht voor de bestaande activiteiten en functies, zowel aan landzijde als op zee. Oplossingen om de kustbescherming te verhogen, zullen het ruimtegebruik beïnvloeden, maar ze bieden ook kansen voor win-winsituaties voor zowel economische functies (recreatie, toerisme, blauwe economie, landbouw, visserij …) als natuur en milieu.

In de toekomst zullen er nieuwe inzichten ontstaan over de klimaatverandering en het effect ervan op onze kust. Aangezien het tempo van de zeespiegelstijging onduidelijk is, moeten oplossingen kunnen evolueren met de zeespiegelstijging, of gaandeweg uitgevoerd kunnen worden. De maatregelen van het complex project kustvisie moeten dus flexibel zijn, zodat ze niet continu aangepast hoeven te worden aan die ontwikkelingen. Elke maatregel moet ook robuust genoeg zijn om bestand te zijn tegen extreme klimaatveranderingen.

Hoe het complex project kustvisie zal verlopen, leest u in onder Hoe?

Beschermen: waar?

Om de Vlaamse kust te beschermen tegen overstromingen vanuit zee tot 2100 zal onderzocht worden waar de toekomstige kustlijn, dat is de gemiddelde laagwaterlijn bij springtij, best komt te liggen. Daartoe worden verschillende alternatieven onderzocht. Bij elke mogelijke kustlijn wordt ook aangegeven hoeveel ruimte er nodig is om hier een kustbescherming te realiseren en via welke soort maatregelen dit kan gebeuren. Daarbij wordt uitgegaan van een kustbescherming die adaptief mee kan evolueren met de stijging van de zeespiegel. Hierbij wordt rekening gehouden met de hydrodynamische en morfologische processen langs de kust en de mogelijke gevolgen van de zeespiegelstijging in 2100.